|
Opdracht
en programma
Het
complex van drie woontorens aan de Boompjes te Rotterdam is in opdracht van het
Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds gebouwd. De torens zijn ± 70m hoog en bestaan
uit 24 verdiepingen. Op de eerste vier verdiepingen zijn de bergingen van de
woningen (deels kelder), bijzondere functies, twee verdiepingen kantoren en de
mogelijkheid tot parkeren gesitueerd. Daarboven bevinden zich de twee- en
driekamerwoningen, 112 per toren en 336 in totaal.
Stedenbouwkundige
situatie
Het
stedenbouwkundige uitgangspunt voor de drie torens aan de Boompjes is terug te
vinden in het basisplan Van Traa uit 1946. Het bestaat uit drie torens aan de
rivier in de as van de Coolsingel. Dit transparante bebouwingsmodel belemmert de
zichtlijn vanaf de Coolsingel op de rivier zo weinig mogelijk. Het complex staat
op een waterkering, een dijk. In de onderbouw, drie verdiepingen aan de Boompjes
en vier verdiepingen achter, aan de Terwenakker, wordt het hoogteverschil in de
dijk opgevangen. De torens zijn ten opzicht van de rooilijn aan de Boompjes
naar achter geplaatst. Dit heeft een gunstig gevolg voor de geluidsbelasting op
de gevels van de woningen, omdat de lagere onderbouw het geluid grotendeels
afschermt. Aan de kant van de Leuvehaven is de lage bebouwing afgerond,
waardoor er een beëindiging ontstaat.
Ontwerp
en verschijningsvorm
Het
complex dankt zijn karakteristieke beeld aan de setback op de onderbouw van drie
verdiepingen aan de Boompjes en eveneens aan de getrapte opbouw van de
schakeling van de woningen. De oriëntatie van alle woningen op de rivier is
bereikt door de woningen ten opzichte van elkaar te laten verspringen. Zodanig
dat de toren naar achteren toe breder wordt. Intern ontstaat er zo ruimte voor
de liften, het verkeersgebied en het noodtrappenhuis. Alle woningen hebben via
de balkons met de gedeeltelijk glazen borstwering inderdaad uitzicht op de Maas.
Verrassend is ook het uitzicht vanuit de woningen op het centrum van Rotterdam.
Per
woonlaag zijn er vier driekamerwoningen en twee tweekamerwoningen. Het
verkeerscircuit heeft twee brandwerende puien rondom de liftkokers. Het
noodtrappenhuis ligt als een los element tussen de twee achterste woningen. Dit
trappenhuis is bekleed met glazenbouwstenen en heeft een verbinding met de
dakverdieping. Het manifesteert zich als een zelfstandig volume in de gevel naar
de stadskant. De torens zijn door de verspringingen en de gevelbehandeling van
de noodtrappen voor hun 70m relatief slank. De gevelbekleding is van
betonelementen met een toeslag van gemalen Noors marmer, een materiaal dat
dankzij een licht eroderende werking zelfreinigend is.
Gebruik
en functie |