|
Wijnhaventorens
verdichten centrumgebied
Tekst
door Stefan
van Hoek
Rank
door wortelformule
Slechts
vijf procent van de Rotterdamse bevolking woont in het
centrumgebied.
Onder
het motto ‘vitaliteit door attractiviteit’ tracht de
havenstad dan ook het hart van de stad te verdichten.
Het
Wijnhaveneiland, gelegen tussen de Oude Haven, Blaak,
Schiedamsedijk en Boompjes, bood daartoe een uitgelezen
mogelijkheid.
Het
Wijnhaveneiland voorzag totnogtoe voornamelijk in
kantoorruimte.
De
kantoren waren echter verouderd geraakt en het eiland kende
veel leegstand.
Sloop
volgde en op de plaatsen van de kaalslag verrijzen momenteel
drie woontorens met hoogten van 85, 71 en 109 m, die
beschikken over respectievelijk 30, 25 en 37 bouwlagen.
Verkoop
en verhuur van de woonruimte in de torens verloopt zo gezwind,
dat van de weeromstuit ook de kantorenmarkt in het gebied weer
aantrekt.
De
eerste twee torens vormen gezamenlijk de cluster ‘Harbour
Village’.
De
derde, de Waterstadtoren, geldt voor de ontwerpers als fase 2
en zal na oplevering een van de hoogste woontorens van
Nederland zijn.
Slimmigheden
Voor
het stedenbouwkundig concept van het Wijnhaveneiland is Kees
Christiaanse verantwoordelijk.
Christiaanse
liet de invulling van het gebied over aan economische factoren
(het verwerven van grond) en dicteerde slechts
stedenbouwkundige randvoorwaarden.
Naast
de gemeentelijke restrictie dat er – om bestaande
gevellijnen te waarborgen – op zo’n 10 à 15 m afstand van
de rand van het eiland moet worden gebouwd, legde de
stedenbouwkundige door een slimmigheid een soort
slankheidsregel op.
Boven
negen meter (de plint) mag slechts 25 keer de oppervlakte van
het gebied in kubieke meters worden bebouwd.
Hierbij
geldt een maximum van 50.000 m2.
Daarnaast
stelde hij een formule op die dicteert dat per verdieping de
grootste diagonaal onder de wortel uit de oppervlakte,
vermenigvuldigd met 1,45 moet blijven. Duijzer: ‘Zo voorkwam
Christiaanse zonder het expliciet te stellen dat er op het
Wijnhaveneiland een langwerpig gebouw als bijvoorbeeld een
galerijflat komt te staan.
Door
de wortelformule zou het trouwens het meest logisch zijn dat
ontwerpers onmiddellijk ronde torens zouden gaan tekenen en
het eiland daarmee vol zou komen te staan.
Immers,
in een rond gebouw is iedere diagonaal de grootste.
Maar
Christiaanse wist als ervaren stedenbouwkundige natuurlijk
precies dat de markt zoiets niet zou accepteren.
Rond
bouwen is dermate duur dat een ontwikkelaar niet snel akkoord
zal gaan.’
Verdraaid
In
eerste instantie moest HM Architekten kiezen tussen het
ontwerpen van Harbour Village en de Waterstadtoren.
Het
bureau koos destijds voor Harbour Village. ‘Het leek ons een
grotere uitdaging te kiezen voor een wat complexer ontwerp van
twee torens in elkaars nabijheid, op een relatief kleine
oppervlakte’, legt Duijzer uit.
Na
verloop van tijd kreeg HM Architekten ook opdracht voor fase
2, de Waterstadtoren.
De
ontwerpers moesten rekening houden met factoren als
windhinder, constructiewijze, transparantie, bezonning,
uitzicht (en daarmee ook privacy) en de kwaliteit van de
plattegronden van de woningen.
Uitzicht
en privacy worden gewaarborgd, doordat de torens wat verdraaid
ten opzichte van elkaar staan.
Belangrijke
leefruimten als woonkamer en keuken zijn aan de oost- en
westzijde van de torens gesitueerd.
Hier
bevinden zich de zogenoemde kristallijnen gevels. Duijzer:
‘Het kostte overredingskracht, maar we hebben kunnen
bewerkstelligen dat er budget was om de glazen gevels zich
over de gehele hoogte van de toren te laten uitstrekken.
In
de praktijk betekent dit dat het glas van vloer tot plafond
doorloopt en de bewoners van de boven- tot de onderkant
uitzicht hebben.
Er
bevindt zich natuurlijk wel een doorvalbeveiliging in de vorm
van een onderdorpel op 1,2 m boven de vloer.’
Doordat
er zich in de torens niet meer dan vier appartementen per
bouwlaag bevinden, heeft iedere woning uitzicht aan minstens
twee gevelzijden.
Lichtval
De
westelijke gevel van toren 1 en de oostelijke van toren 2
hebben een geknikte vorm.
De
gevels kragen enigszins uit over de erfgrens, wat de impact
van de hoogbouw in de dwarsstraten versterkt.
Om
facettering in het gevelbeeld te creëren bevindt zich per
vijf verdiepingen een breukvlak.
De
verschuivende knikpunten geven de gevel een kristallijnen
impressie: het licht zal per vijf verdiepingen op
verschillende wijzen weerkaatsen.
De
oostelijke façade van toren 1 en de westelijke van toren 2
zijn bolvormig.
In
totaal zullen de twee torens en hun gezamenlijke onderbouw 187
appartementen bevatten.
Hoewel
op artist’s impressions uit een eerder stadium de torens nog
met roodbruin metselwerk staan afgebeeld, kenmerken de noord-
en zuidgevels zich in werkelijkheid door het gebruik van een
donkere baksteen, die bij een dermate hoge temperatuur is
gebakken, dat deze bijna is gesinterd. Duijzer: ‘Onder
invloed van zonlicht ontstaat een metaalachtige schittering,
terwijl de gevel juist weer een zeer donkere uitstraling heeft
op het moment dat de zon er niet op schijnt.
Vooral
het wisselen van gedaante bij verschillen in lichtval vonden
we erg belangrijk.’
Uit
overwegingen van privacy bevindt zich aan de noord- en
zuidzijde een relatief kleine hoeveelheid oppervlakte aan
ramen.
Tevens
zijn er aan deze zijden schuin weglopende balkons gesitueerd,
die de gevels een lamellenstructuur verschaffen.
Altijd
zicht
De
plattegronden van de torens komen zelf niet overeen, maar die
van de woningen wel.
Dit
komt doordat de ontwerpers – uit stedenbouwkundige
overweging – hebben gevarieerd met de schakeling van de
woningen, terwijl de bouwers toch dezelfde tunnelpakketten
konden gebruiken.
In
de lage toren (2) bevinden zich aan de westzijde woningen van
twee beuken en in de oostelijke éénbeukige.
In
de hoge (1) is dat andersom.
Vanwege
Christiaansens diagonaalformule kennen de gevels een knik naar
binnen.
Beide
torens staan ten opzichte van elkaar bovendien zo gesitueerd,
dat er vanaf een afstand (rijdend over de Maasboulevard)
altijd zicht tussendoor bestaat.
Hierdoor
hebben de ontwerpers weten te voorkomen dat ‘Harbour Village’
de uitstraling van een logge monoliet krijgt.
Bij
de situering van de Waterstadtoren is met dit uitgangspunt ook
rekening gehouden.
Slankheidsregel
De
wens om de torens een slanker uiterlijk en een mooie beëindiging
te geven resulteerde in het smaller worden van de torens ter
hoogte van de drie bovenste etages.
In
toren 1 bevinden zich hier aan de westzijde twee drielaags (!)
woningen, die beide de beschikking hebben over een
dakterras.
De
negen meter hoge plint van Harbour Village bevat commerciële
ruimten, met daarboven vier lagen van twee keer twee
maisonettes, gelegen aan de Juffer- en de Bierstraat.
De
ontsluiting van toren 1 ligt in de Jufferstraat, die van toren
2 in de Bierstraat.
Bewoners
van de maisonettes maken gebruik van dezelfde ingang.
Bron en copyright:
Stefan
van Hoek |