Harbour Village

22 foto's

Gegevens

Architect:         HM Architecten

Hoogte:            85m. en 69m.

Verdiepingen:  29 en 24

Bouwjaar:        2002

Functie:            Woningen

 

Locatie van dit bouwwerk

 

Omschrijving

Rank door wortelformule;

Slechts vijf procent van de Rotterdamse bevolking woont in het centrumgebied.   Onder het motto 'vitaliteit door attractiviteit' tracht de havenstad dan ook het hart van de stad te verdichten.   Het Wijnhaveneiland, gelegen tussen de Oude Haven, Blaak, Schiedamsedijk en Boompjes, bood daartoe een uitgelezen mogelijkheid.

 

Het Wijnhaveneiland voorzag totnogtoe voornamelijk in kantoorruimte.   De kantoren waren echter verouderd geraakt en het eiland kende veel leegstand.   Sloop volgde en op de plaatsen van de kaalslag verrijzen momenteel drie woontorens met hoogten van 85, 71 en 109 m, die beschikken over respectievelijk 30, 25 en 37 bouwlagen.   Verkoop en verhuur van de woonruimte in de torens verloopt zo gezwind, dat van de weeromstuit ook de kantorenmarkt in het gebied weer aantrekt.   De eerste twee torens vormen gezamenlijk de cluster 'Harbour Village'.   De derde, de Waterstadtoren, geldt voor de ontwerpers als fase 2 en zal na oplevering een van de hoogste woontorens van Nederland zijn.

 

Slimmigheden;

Voor het stedenbouwkundig concept van het Wijnhaveneiland is Kees Christiaanse verantwoordelijk.   Christiaanse liet de invulling van het gebied over aan economische factoren (het verwerven van grond) en dicteerde slechts stedenbouwkundige randvoorwaarden.   Naast de gemeentelijke restrictie dat er - om bestaande gevellijnen te waarborgen - op zo'n 10 á 15 m afstand van de rand van het eiland moet worden gebouwd, legde de stedenbouwkundige door een slimmigheid een soort slankheidsregel op.   Boven negen meter (de plint) mag slechts 25 keer de oppervlakte van het gebied in kubieke meters worden bebouwd.   Hierbij geldt een maximum van 50.000m² .   Daarnaast stelde hij een formule op die dicteert dat per verdieping de grootste diagonaal onder de wortel uit de oppervlakte, vermenigvuldigd met 1,45 moet blijven.   Duijzer: 'Zo voorkwam Christiaanse zonder het expliciet te stellen dat er op het Wijnhaveneiland een langwerpig gebouw als bijvoorbeeld een galerijflat komt te staan.   Door de wortelformule zou het trouwens het meest logisch zijn dat ontwerpers onmiddellijk ronde torens zouden gaan tekenen en het eiland daarmee vol zou komen te staan.   Immers, in een rond gebouw is iedere diagonaal de grootste.   Maar Christiaanse wist als ervaren stedenbouwkundige natuurlijk precies dat de markt zoiets niet zou accepteren.   Rond bouwen is dermate duur dat een ontwikkelaar niet snel akkoord zal gaan.'

 

Verdraaid;

In eerste instantie moest HM Architekten kiezen tussen het ontwerpen van Harbour Village en de Waterstadtoren.   Het bureau koos destijds voor Harbour Village.   'Het leek ons een grotere uitdaging te kiezen voor een wat complexer ontwerp van twee torens in elkaars nabijheid, op een relatief kleine oppervlakte', legt Duijzer uit.   Na verloop van tijd kreeg HM Architekten ook opdracht voor fase 2, de Waterstadtoren.   De ontwerpers moesten rekening houden met factoren als windhinder, constructiewijze, transparantie, bezonning, uitzicht (en daarmee ook privacy) en de kwaliteit van de plattegronden van de woningen.   Uitzicht en privacy worden gewaarborgd, doordat de torens wat verdraaid ten opzichte van elkaar staan.   Belangrijke leefruimten als woonkamer en keuken zijn aan de oost- en westzijde van de torens gesitueerd.   Hier bevinden zich de zogenoemde kristallijnen gevels.   Duijzer: 'Het kostte overredingskracht, maar we hebben kunnen bewerkstelligen dat er budget was om de glazen gevels zich over de gehele hoogte van de toren te laten uitstrekken.   In de praktijk betekent dit dat het glas van vloer tot plafond doorloopt en de bewoners van de boven- tot de onderkant uitzicht hebben.   Er bevindt zich natuurlijk wel een doorvalbeveiliging in de vorm van een onderdorpel op 1,2 m boven de vloer.'   Doordat er zich in de torens niet meer dan vier appartementen per bouwlaag bevinden, heeft iedere woning uitzicht aan minstens twee gevelzijden.  

 

Lichtval;

De westelijke gevel van toren 1 en de oostelijke van toren 2 hebben een geknikte vorm.   De gevels kragen enigszins uit over de erfgrens, wat de impact van de hoogbouw in de dwarsstraten versterkt.   Om facettering in het gevelbeeld te creëren bevindt zich per vijf verdiepingen een breukvlak.   De verschuivende knikpunten geven de gevel een kristallijnen impressie: het licht zal per vijf verdiepingen op verschillende wijzen weerkaatsen.   De oostelijke façade van toren 1 en de westelijke van toren 2 zijn bolvormig.   In totaal zullen de twee torens en hun gezamenlijke onderbouw 187 appartementen bevatten.   Hoewel op artist's impressions uit een eerder stadium de torens nog met roodbruin metselwerk staan afgebeeld, kenmerken de noord- en zuidgevels zich in werkelijkheid door het gebruik van een donkere baksteen, die bij een dermate hoge temperatuur is gebakken, dat deze bijna is gesinterd.   Duijzer: 'Onder invloed van zonlicht ontstaat een metaalachtige schittering, terwijl de gevel juist weer een zeer donkere uitstraling heeft op het moment dat de zon er niet op schijnt.   Vooral het wisselen van gedaante bij verschillen in lichtval vonden we erg belangrijk.'   Uit overwegingen van privacy bevindt zich aan de noord- en zuidzijde een relatief kleine hoeveelheid oppervlakte aan ramen.   Tevens zijn er aan deze zijden schuin weglopende balkons gesitueerd, die de gevels een lamellenstructuur verschaffen.

 

Altijd zicht;

De plattegronden van de torens komen zelf niet overeen, maar die van de woningen wel.   Dit komt doordat de ontwerpers - uit stedenbouwkundige overweging - hebben gevarieerd met de schakeling van de woningen, terwijl de bouwers toch dezelfde tunnelpakketten konden gebruiken.   In de lage toren (2) bevinden zich aan de westzijde woningen van twee beuken en in de oostelijke éénbeukige.   In de hoge (1) is dat andersom.   Vanwege Christiaansens diagonaalformule kennen de gevels een knik naar binnen.   Beide torens staan ten opzichte van elkaar bovendien zo gesitueerd, dat er vanaf een afstand (rijdend over de Maasboulevard) altijd zicht tussendoor bestaat.   Hierdoor hebben de ontwerpers weten te voorkomen dat 'Harbour Village' de uitstraling van een logge monoliet krijgt.   Bij de situering van de Waterstadtoren is met dit uitgangspunt ook rekening gehouden.

 

Slankheidsregel;

De wens om de torens een slanker uiterlijk en een mooie beëindiging te geven resulteerde in het smaller worden van de torens ter hoogte van de drie bovenste etages.   In toren 1 bevinden zich hier aan de westzijde twee drielaags (!) woningen, die beide de beschikking hebben over een dakterras.   De negen meter hoge plint van Harbour Village bevat commerciële ruimten, met daarboven vier lagen van twee keer twee maisonettes, gelegen aan de Juffer- en de Bierstraat.   De ontsluiting van toren 1 ligt in de Jufferstraat, die van toren 2 in de Bierstraat.   Bewoners van de maisonettes maken gebruik van dezelfde ingang.

Tekst: Stefan van Hoek