|
De Hoge
Erasmus, een
gecombineerde woon- en kantoortoren, is gesitueerd op een uiterst strategisch
punt in de stad.
Het gebouw staat aan de voet van de Erasmusbrug in de bocht van
de Maas zodat lange zichtlijnen over het water vanuit de toren mogelijk zijn.
De
locatie vormt tevens het scharnierpunt van drie belangrijke deelgebieden van het
Rotterdamse centrum.
In 1985 werd door de gemeente het Binnenstadsplan opgesteld
met als doel de woon-, werk- en recreatiefuncties van de Rotterdamse binnenstad
te versterken en met name het verloren contact tussen de stad en de rivier te
herstellen.
Het plan bestond uit drie onderdelen: de Centrumruit, de
Waterdriehoek en het Nieuwe Werk.
Het later vastgestelde plan voor de Kop van
Zuid op de zuidoever is sindsdien een integraal onderdeel van het
binnenstedelijk beleid.
De Hoge Erasmus bevindt zich op een van de drie
hoekpunten van de Waterdriehoek (globaal bepaald door de Boompjes, de
Schiedamsedijk en de Blaak inclusief de Oude Haven) maar behoort eigenlijk tot
het gebied het Nieuwe Werk (Westersingel, Nieuwe Werk en Het Park).
Met de komst
van de Erasmusbrug en het belang van de aanlanding op de noordoever is de
locatie tevens entreegebied voor de Kop van Zuid geworden (en maakt zij zelfs
formeel deel uit van het bestemmingsplan Kop van Zuid).
Door de aanlanding van
de Erasmusbrug ontstond de noodzaak om het Willemsplein opnieuw te ontwikkelen.
De directe aanleiding voor het ontwerp van de Erasmustoren was de noodzakelijke
sloop van een gedeelte van een kantoorgebouw tussen de Westerstraat en de
Houtlaan.
Ter compensatie van deze sloop werd herontwikkeling van het
overgebleven deel toegestaan met een woonbestemming en een bouwhoogte van 90
meter.
Het gerealiseerde programma van
de Erasmustoren bestaat uit 6000 m˛ kantoren, 68 woningen en 360
parkeerplaatsen.
Vanaf de eerste ontwerpschetsen is gewerkt aan het opdelen van
het programma in verschillende bouwmassa’s.
Deels omdat het Binnenstadsplan
vraagt om slanke torens, maar tevens om daardoor architectonisch te kunnen
reageren op de verschillende richtingen, zichtlijnen en karakteristieken vanuit
de locatie.
De vroegste ontwerpschetsen gingen uit van een opbouw analoog aan de
enorme offshore kastelen met hun rechthoekige onderbouw en de opbouw van
verschillende losse bouwvolumes.
De vuurtoren die in veel van de vroege schetsen
figureerde was een teken van het bewustzijn dat een toren op deze plaats in de
stad eigenlijk automatisch een baken wordt.
De opdeling in een rechthoekige
onderbouw en een gedifferentieerde bovenbouw die uit meerdere volumes bestaat is ook in het
gerealiseerde plan terug te vinden.
De onderbouw met daarin de kantoorfuncties
volgt nauwkeurig de rooilijn van de bestaande stedelijke blokken.
Daarboven zijn
twee hoofdvolumes herkenbaar: een golvend en een rechthoekig volume.
Het
golvende gevelvlak reageert op de bocht die de Maas ter plaatse maakt.
Achter
dit gevelvlak zijn per verdieping twee ruime woningen ondergebracht.
In het
rechthoekige blok bevindt zich de lift- en trappenkern en een woning die gericht
is op de binnenstad.
Het gevelvlak van het rechthoekige volume is bewust anders
van aard dan dat van het golvende deel.
Beide gevels zijn echter ten aanzien van
de raamopeningen grotendeels van ‘binnenuit’ ontworpen, dat wil zeggen gelet
op het uitzicht vanuit de woning.
De top van de toren bestaat uit een vijftal
penthouses.
Bron en copyright:
Klunder Architecten
|